ECLI:NL:GHARN:2008:BF1173
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Streppel
- Verschuur
- Onnes-Wind
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid in verzet wegens overschrijding termijn
Appellanten werden bij verstekvonnis van 22 juni 2005 hoofdelijk veroordeeld tot betaling van een geldbedrag aan geïntimeerden. Zij stelden in verzet te zijn gekomen, maar de rechtbank verklaarde hen niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de wettelijke verzettermijn van vier weken.
In hoger beroep betoogden appellanten dat zij pas op 9 februari 2006 kennis hadden genomen van het verstekvonnis en dat hun acties na de deurwaardersbezoek op 6 januari 2006 niet naar buiten gericht waren, maar slechts bestonden uit het zoeken van een advocaat. Het hof oordeelde dat de verzettermijn aanving op 11 januari 2006, toen appellanten een daad van bekendheid pleegden door een familielid te verzoeken hen te vertegenwoordigen.
Het hof benadrukte dat de verzettermijn pas begint te lopen na een daad waaruit blijkt dat het vonnis of de tenuitvoerlegging daarvan aan appellanten bekend is. Gelet op de feiten en de openbare orde van termijnen, werd de verzettermijn als overschreden beschouwd. Het hof bekrachtigde het bestreden vonnis en veroordeelde appellanten in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat appellanten niet-ontvankelijk zijn in hun verzet wegens overschrijding van de wettelijke termijn.