ECLI:NL:GHARN:2008:BE0096
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- W.L. Valk
- Smeeïng-van Hees
- Olthof
- baron Van Verschuer
- ir. Roelofsen
- Rechtspraak.nl
Toelating bewijs onderverpachting en zeggenschap gepacht land
In deze zaak gaat het om een geschil over de verlenging van een pachtovereenkomst tussen de erven van een overleden verpachter (appellanten) en de pachter (geïntimeerde). De appellanten hadden de pachtovereenkomst niet willen verlengen, maar geïntimeerde verzocht om verlenging.
Het geschil spitst zich toe op de vraag of geïntimeerde de zeggenschap over het gepachte aan derden, te weten B en C, heeft afgestaan. Appellanten stellen dat B en C paarden hebben geweid op het gepachte en daarvoor onderpacht betaalden, terwijl geïntimeerde dit ontkent en stelt dat er geen paarden van B en C op het gepachte stonden.
Het hof laat appellanten toe bewijs te leveren van deze feiten en omstandigheden, onder meer door getuigenverhoor, om vast te stellen of er sprake is van onderverpachting of afstaan van zeggenschap. De verdere beslissing wordt aangehouden totdat dit bewijs is geleverd.
De procedure omvatte een beroepschrift, verweerschrift, nadere stukken, en een mondelinge behandeling waarbij beide partijen hun standpunten toelichtten. Het hof bepaalt dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden onder leiding van een raadsheer-commissaris en in aanwezigheid van een raad, met aanwezigheid van partijen.
Deze beschikking is gegeven door het hof Arnhem op 1 juli 2008 en betreft een belangrijke bewijsopdracht in een pachtgeschil over zeggenschap en onderverpachting.
Uitkomst: Het hof laat appellanten toe bewijs te leveren dat geïntimeerde de zeggenschap over het gepachte aan derden heeft afgestaan en houdt verdere beslissing aan.