ECLI:NL:GHARN:2008:BD9741
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- N.E. Haas
- J.B.H. Röben
- D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof vernietigt navorderingsaanslag wegens ontbreken kwade trouw belastingplichtige
Belanghebbende, directeur en enig aandeelhouder van een BV, diende elektronisch zijn aangifte inkomstenbelasting 2002 in met opgevoerde buitengewone uitgaven en aftrekbare giften. De Inspecteur stelde dat deze posten onjuist waren en legde een navorderingsaanslag op zonder vergrijpboete. Belanghebbende voerde aan dat de Inspecteur bij een eerder boekenonderzoek geen opmerkingen had gemaakt en hij daarom op het gedrag van de belastingdienst vertrouwde.
Het Hof oordeelde dat de Inspecteur zijn navorderingsbevoegdheid had verspeeld omdat hij geen kennis had genomen van de elektronisch aangeleverde toelichtende gegevens die de onjuistheid van de aangifte duidelijk maakten. De Inspecteur kon dus de aanslag niet navorderen tenzij sprake was van kwade trouw van belanghebbende.
De Inspecteur stelde dat belanghebbende voorwaardelijk opzet had en daarmee kwade trouw, maar het Hof vond dat de Inspecteur dit niet aannemelijk had gemaakt. Belanghebbende had de juiste gegevens verstrekt en het was de werkwijze van de Inspecteur dat deze gegevens niet werden bekeken. Daarom werd het beroep van belanghebbende gegrond verklaard en de navorderingsaanslag vernietigd.
Het Hof veroordeelde de Staat tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende en gaf aan dat tegen deze uitspraak beroep in cassatie mogelijk is bij de Hoge Raad.
Uitkomst: De navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2002 wordt vernietigd wegens ontbreken van kwade trouw bij belanghebbende.