ECLI:NL:GHARN:2008:BD8965
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Y.A.J.M. van Kuijck
- J.M.J. Denie
- A. van Waarden
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijk achterwege laten vervroegde invrijheidstelling wegens poging tot doodslag tijdens detentie
Veroordeelde was veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes jaar en zat in detentie. Tijdens deze detentie stak hij op 19 oktober 2006 een medegedetineerde met een mes, wat leidde tot een nieuwe strafzaak. Het gerechtshof te ’s-Gravenhage veroordeelde hem op 28 april 2008 onherroepelijk tot vier jaar gevangenisstraf wegens poging tot doodslag.
De officier van justitie verzocht het hof om de vervroegde invrijheidstelling van veroordeelde achterwege te laten op grond van artikel 15a van het Wetboek van Strafrecht, omdat hij zich ernstig had misdragen na aanvang van de tenuitvoerlegging van zijn straf. Het hof oordeelde dat aan de voorwaarden van dit artikel was voldaan en dat de aard van het bewezenverklaarde feit rechtvaardigt dat de vervroegde invrijheidstelling deels wordt uitgesteld.
Bij het bepalen van de duur van het uitstel hield het hof rekening met de persoonlijke omstandigheden van veroordeelde, waaronder een mogelijke psychische stoornis die uit een rapportage van het Pieter Baan Centrum bleek, hoewel veroordeelde niet meewerkte aan het onderzoek. Het hof bepaalde dat de vervroegde invrijheidstelling pas kan plaatsvinden achttien maanden na het tijdstip waarop deze ten vroegste zou kunnen worden bevolen.
De vordering van de officier van justitie werd daarmee gedeeltelijk toegewezen en het uitstel van vervroegde invrijheidstelling werd opgelegd als sanctie voor de ernstige recidive tijdens detentie.
Uitkomst: De vervroegde invrijheidstelling wordt uitgesteld tot achttien maanden na het vroegst mogelijke tijdstip vanwege poging tot doodslag tijdens detentie.