ECLI:NL:GHARN:2008:BD8652
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep kort geding
- Mollema
- Kuiper
- Rowel-van der Linde
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis omgangsregeling en kostenveroordeling in hoger beroep
In deze zaak stond de omgangsregeling tussen een kind en zijn niet-verzorgende ouder centraal. Het hof benadrukte dat het belang van het kind voorop staat en dat omgang in de regel dient te worden nageleefd, tenzij zwaarwegende omstandigheden zich daartegen verzetten.
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de voorzieningenrechter, maar het hof oordeelde dat de grieven geen nieuwe relevante feiten of omstandigheden bevatten die tot een andere beslissing konden leiden. De voorzieningenrechter had terecht het voornemen van appellante om naar Suriname te verhuizen meegewogen, maar vond het belang van het kind zwaarder wegen.
Het hof verwierp de stellingen van appellante die niet aannemelijk waren gemaakt en wees erop dat uitgebreid bewijslevering niet past binnen het kort geding. Gezien het feit dat appellante de omgangsregeling en eerdere beslissingen bleef negeren, achtte het hof de opgelegde dwangsom niet te hoog en veroordeelde appellante in de kosten van het hoger beroep.
De beslissing werd door het hof bevestigd en de kosten aan de zijde van geïntimeerde werden vastgesteld op €251 aan verschotten en €894 aan salaris voor de procureur. Het arrest werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt appellante in de kosten van het hoger beroep.