ECLI:NL:GHARN:2008:BD2736
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- H.H.A. Fransen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vonnis wegens schending recht op verdediging door voortijdige verwijdering verdachte uit zittingszaal
In deze strafzaak werd de verdachte tijdens het requisitoir van de officier van justitie door de politierechter uit de zittingszaal verwijderd vanwege recalcitrant en onbeschoft gedrag. De verdachte verliet de zaal voordat het requisitoir was afgerond, waarna de politierechter het onderzoek sloot en mondeling vonnis wees. Hierdoor kon de verdachte niet reageren op het requisitoir en maakte hij geen gebruik van zijn recht om als laatste te spreken.
Het hof constateerde dat de politierechter de verdachte niet had gewaarschuwd over de mogelijke gevolgen van zijn ordeverstorende gedrag, zoals vereist in artikel 273, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering. Ook was de verdachte, die niet door een raadsman werd bijgestaan, niet in de gelegenheid gesteld om zonder ordeverstoring terug te keren en zijn verdediging te voeren.
Het hof oordeelde dat hierdoor het recht op verdediging, zoals gewaarborgd in artikel 6, derde lid, aanhef en onder c, van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, was geschonden. Gezien de ernst van deze schending en het feit dat de verdachte niet in hoger beroep was verschenen, vernietigde het hof het vonnis en verwees de zaak terug naar de politierechter voor een nieuwe behandeling met inachtneming van dit arrest.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en wijst de zaak terug naar de politierechter voor een nieuwe behandeling.