ECLI:NL:GHARN:2008:BD2430
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Jonkman
- Garos
- Van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgangsregeling grootouders met minderjarige ter bescherming belang kind
De zaak betreft een verzoek van grootouders tot vaststelling van een omgangsregeling met hun kleinkind, een minderjarige geboren in 1998. Na een echtscheiding en een periode van verslechterde verstandhouding tussen ouders en grootouders, werd het contact door de ouders stopgezet. De grootouders hebben een omgangsregeling van één woensdagmiddag per veertien dagen gevraagd.
Het hof oordeelt dat de grootouders een nauwe persoonlijke betrekking met het kind hebben, mede door de zorg en opvang tijdens kwetsbare periodes in 2005 toen de moeder afwezig was en de vader niet stabiel was. Dit werd ondersteund door onbetwiste getuigenverklaringen. De bloedverwantschap in de tweede lijn en concrete feiten maken de grootouders ontvankelijk voor hun verzoek.
Er zijn geen gronden gevonden die het belang van het kind tegen de omgangsregeling doen spreken. Het hof benadrukt dat het contact met grootouders een belangrijke stabiele factor en veilige thuisbasis voor het kind is geweest. De angst van de ouders voor inmenging rechtvaardigt geen volledig contactverbod. De omgangsregeling wordt bevestigd met aanpassing dat de grootouders het kind van school halen en thuisbrengen, om inbreuk op het privéleven van de ouders te beperken.
Het hof roept de partijen op hun onderliggende conflict op te lossen in het belang van het kind. De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd en de omgangsregeling vastgesteld als het meest in het belang van de minderjarige.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de omgangsregeling waarbij grootouders eenmaal per veertien dagen op woensdagmiddag omgang met de minderjarige hebben en haar van school halen en thuisbrengen.