ECLI:NL:GHARN:2008:BC6676
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Van der Pol
- Smeeïng-van Hees
- Van Rossum
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging afwijzing verzoek toelating schuldsaneringsregeling wegens niet-goedertrouw en eerdere regeling
Appellanten, een voormalig gehuwd stel met aanzienlijke schulden, verzochten om toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank wees deze verzoeken af op grond van artikel 288 lid 2 onder Pro d Faillissementswet, omdat appellant sub 1 minder dan tien jaar geleden al een schuldsaneringsregeling had gehad die was beëindigd en hij daarna failliet was verklaard. Tevens werd vastgesteld dat appellante sub 2 niet te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden.
In hoger beroep voerden appellanten aan dat zij door persoonlijke omstandigheden, waaronder arbeidsongeschiktheid en financiële misstanden door familieleden, niet verwijtbaar in hun schuldsituatie verkeerden en dat recente positieve ontwikkelingen hun situatie verbeterden. Het hof oordeelde echter dat de wettelijke afwijzingsgrond dwingend was en dat onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat appellante sub 2 te goeder trouw was geweest, mede gelet op het feit dat zij en haar partner schulden aangingen terwijl zij wisten dat zij niet aan hun betalingsverplichtingen konden voldoen.
Het hof bekrachtigde daarom het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af. Hiermee blijft de schuldenlast van appellanten ongewijzigd en is geen wettelijke schuldsanering mogelijk.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling.