ECLI:NL:GHARN:2007:BC5120
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Smeeïng-van Hees
- Van der Pol
- Meijer
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tot betaling van geïncasseerde premies door incassobureau aan UWV
UWV vordert betaling van een bedrag van €3.491.626,17 dat IMNederland Credit Management B.V. (IMN) voor UWV heeft geïncasseerd op grond van een samenwerkingsovereenkomst waarbij IMN debiteuren beheerde en incasseerde. IMN erkent het geïncasseerde bedrag, maar stelt een tegenvordering van ruim €4,1 miljoen tegenover die zij wil verrekenen en waarop zij een opschortingsrecht baseert.
De rechtbank Zutphen wees de voorlopige vordering van UWV af, waarna UWV in hoger beroep kwam. Het hof stelt vast dat de tegenvordering van IMN niet binnen deze voorlopige procedure kan worden vastgesteld en dat het verrekeningsverweer daarom niet kan slagen. Bovendien is het spoedeisend belang van UWV gegeven omdat het bedrag betrekking heeft op premies van werkgevers voor verplichte werknemersverzekeringen en IMN de gelden niet op een derdenrekening heeft geboekt maar deels heeft verrekend.
Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst de voorlopige voorziening toe. IMN wordt veroordeeld tot betaling van het gevorderde bedrag aan UWV en in de kosten van beide instanties. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof veroordeelt IMNederland tot betaling van €3.491.626,17 aan UWV bij wijze van voorlopige voorziening.