ECLI:NL:GHARN:2007:BC3961
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Mens
- Wefers Bettink
- Ter Veer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling alimentatiecontract als alimentatieovereenkomst volgens Haviltex-criterium
In deze zaak stond de vraag centraal of de op 6 februari 1995 door partijen ondertekende overeenkomst, aangeduid als 'Alimentatie-contract', kwalificeert als een alimentatieovereenkomst. De vrouw betwistte dit en voerde meerdere grieven aan tegen eerdere vonnissen waarin de man werd toegelaten te bewijzen dat het een alimentatieovereenkomst betrof.
Het hof overwoog dat de man ontvankelijk was in zijn vordering en dat het bewijs, bestaande uit verklaringen van de notaris en een getuige, overtuigend was dat partijen een alimentatieovereenkomst zijn aangegaan. De overeenkomst voorzag in een maandelijkse betaling die was gekoppeld aan de huur van het appartement van de vrouw, wat het onderhoudskarakter onderstreepte. De strekking van de overeenkomst was het garanderen van het levensonderhoud van de vrouw na beëindiging van de samenwoning.
Het hof verwierp de stelling van de vrouw dat het bedrag van f 200.000 een vermogensrechtelijke afwikkeling betrof. De grieven van de vrouw faalden, behalve ten aanzien van de uitvoerbaar bij voorraad verklaring van het vonnis van 14 mei 2003, die het hof vernietigde. De kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd. Het arrest bevestigt het belang van de Haviltex-criteria bij de uitleg van overeenkomsten in het familierecht.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de overeenkomst een alimentatieovereenkomst is, behalve de uitvoerbaar bij voorraad verklaring die wordt vernietigd.