ECLI:NL:GHARN:2007:BC2978

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
6 november 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
2006/1037
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Fokker
  • Knottnerus
  • Prakke-Nieuwenhuizen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:272 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep over beëindiging huurovereenkomst woning en aangrenzend perceel grond

De stichting Woningstichting De Goede Woning verhuurt sinds 1976 een woning aan geïntimeerde. De huurovereenkomst is opgezegd wegens dringend eigen gebruik voor renovatie, waarbij geïntimeerde niet akkoord ging met de beëindiging.

Geïntimeerde stelde dat de huurovereenkomst ook het aangrenzende stuk grond achter de woning omvatte. De kantonrechter verwierp dit verweer en wees vervolgens de vordering van De Goede Woning af, omdat hij oordeelde dat geïntimeerde geen belang had bij de vordering, aangezien de grond geen deel uitmaakt van de huurovereenkomst.

Het hof stelt echter vast dat De Goede Woning de vordering niet voorwaardelijk heeft ingesteld en dat de grond niet tot de huurovereenkomst behoort. Daarom vernietigt het hof het vonnis van de kantonrechter, wijst de vordering toe, stelt het einde van de huurovereenkomst vast en veroordeelt geïntimeerde tot ontruiming van de woning binnen een maand, met kostenveroordeling en uitvoerbaar bij voorraad verklaring.

Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en wijst de vordering van De Goede Woning toe tot ontruiming van de woning binnen een maand.

Uitspraak

6 november 2007
vijfde civiele kamer
rolnummer 2006/1037
G E R E C H T S H O F T E A R N H E M
Arrest
in de zaak van:
de stichting Woningstichting De Goede Woning
gevestigd te Apeldoorn,
appellante,
procureur: mr. H. van Ravenhorst,
tegen:
[geïntimeerde]
wonende te [woonplaats],
geïntimeerde,
procureur mr. F.J. Boom
1 De voortzetting van het geding in hoger beroep
Het hof verwijst naar het tussenarrest van 29 mei 2007, waarbij hij het arrest heeft aangehouden totdat in de zaak onder rolnummer 2006/1063 arrest wordt gewezen. In die zaak is vandaag eveneens arrest gewezen.
2 De verdere beoordeling van het hoger beroep.
2.1 Tussen partijen staat het volgende vast.
De Goede Woning verhuurt sinds 1976 aan [geïntimeerde] de bovengenoemde woning. Zij heeft de huurovereenkomst aan [geïntimeerde] opgezegd tegen 1 augustus 2005 op de grond dat zij het gehuurde dringend nodig heeft voor eigen gebruik, te weten renovatie van de woning, die zonder beëindiging van de huur niet mogelijk is, terwijl [geïntimeerde] elders passende woonruimte kan verkrijgen. [geïntimeerde] heeft laten weten niet toe te stemmen in beëindiging van de huurovereenkomst.
2.2 De Goede Woning baseert haar vordering op artikel 7:272 lid 2 BW Pro.
2.3 [geïntimeerde] voert als enig verweer aan dat de huurovereenkomst van de woning één geheel vormt met de huur van een aangrenzend stuk grond achter de woning. Dit verweer heeft de kantonrechter verworpen in een tweede vonnis tussen partijen van dezelfde datum. De kantonrechter heeft vervolgens de vordering afgewezen en [geïntimeerde] veroordeeld in de kosten, op grond dat [geïntimeerde] de vordering heeft ingesteld voor het geval in rechte mocht worden geoordeeld dat het perceel grond achter de woning deel uitmaakt van de huurovereenkomst van de woning. De kantonrechter overwoog dat, nu hij had beslist dat de grond geen deel uitmaakt van die huurovereenkomst, [geïntimeerde] geen belang bij de vordering had.
2.4 Beide partijen zijn het erover eens dat De Goede Woning de vordering niet voorwaardelijk heeft ingesteld, anders dan de kantonrechter heeft overwogen.
Het hof is van oordeel dat de kantonrechter, nu deze het standpunt van [geïntimeerde] dat de grond deel uitmaakt van de huur van de woning had verworpen, de vordering, die overigens onbestreden is, had behoren toe te wijzen.
De daartegen gerichte grieven 1, 2 en 3 slagen.
2.5 Het zelfde geldt voor grief 4 betreffende de proceskostenveroordeling.
3 De beslissing
Het hof:
- vernietigt het bestreden vonnis;
- stelt als tijdstip waarop de huurovereenkomst aangaande de woning aan de [adres] tussen partijen zal eindigen vast: heden;
- veroordeelt [geïntimeerde] de woning met toebehoren aan de [adres] met al het zijne en de zijnen en met alle goederen te ontruimen, te verlaten en ontruimd te houden en onder afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van De Goede Woning te stellen binnen een maand na betekening van dit arrest, met machtiging van De Goede Woning die ontruiming op kosten van [geïntimeerde] zelf te doen uitvoeren met behulp van een deurwaarder en de sterke arm van politie en justitie;
- veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten aan de zijde van De Goede Woning gevallen en tot deze uitspraak begroot op: € 1.938,47;
in eerste aanleg:
€ 276,- vastrecht, € 85,60 explootkosten en € 350,- salaris voor de gemachtigde;
in hoger beroep:
€ 84,87 explootkosten, € 248,- vastrecht, € 894,- salaris voor de procureur;
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.
Dit arrest is gewezen door mrs. Fokker, Knottnerus en Prakke-Nieuwenhuizen en is in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 november 2007.