ECLI:NL:GHARN:2007:BB9062
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Wesseling-Lubberink
- Van der Beek
- H.B. Krans
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering gemeente wegens verjaring regresvordering borgtocht
De zaak betreft een geschil tussen een gemeente en een borg, waarbij de gemeente regres vordert ter zake een door haar betaalde schuld aan een geldverstrekker. De gemeente stelde aanvankelijk een verjaringstermijn van 20 jaar in, maar de Hoge Raad heeft in 2004 geoordeeld dat de regresvordering onder de korte verjaringstermijn van vijf jaar valt en reeds was verjaard op 1 januari 1993.
Na verwijzing door de Hoge Raad heeft het gerechtshof Arnhem de standpunten van partijen opnieuw beoordeeld. De gemeente voerde aan dat het beroep op verjaring onredelijk zou zijn vanwege haar lankmoedige houding en het feit dat zij uitging van een langere verjaringstermijn. Het hof oordeelde dat deze omstandigheden onvoldoende zijn om de verjaring te doorbreken, mede omdat de gemeente niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij zich voldoende heeft ingespannen om haar rechten tijdig te effectueren.
Daarnaast werd een overeenkomst tot betaling van een deel van de schuld door de borg betwist vanwege vernietigbaarheid op grond van dwaling, bedrog en/of misbruik van omstandigheden. Het hof verklaarde deze overeenkomst nietig en wees ook de subsidiaire vordering van de gemeente af.
De gemeente werd veroordeeld in de proceskosten en de vorderingen werden afgewezen. Het arrest werd gewezen door drie raadsheren en uitgesproken op 16 oktober 2007.
Uitkomst: De vorderingen van de gemeente worden afgewezen wegens verjaring van de regresvordering.