ECLI:NL:GHARN:2007:BB8638
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- W.L. Valk
- J. Othof
- A. Van Osch
- mr. ing. Jansens van Gellicum
- ir. H.B.M. Duenk
- Rechtspraak.nl
Geschil over voortzetting en opzegging van pachtovereenkomst na mondelinge afspraken en schriftelijke overeenkomst
In deze zaak staat centraal of de pachtovereenkomst tussen appellant en de Stichting rechtsgeldig is opgezegd. Appellant stelt dat hij medio 1995, vóór de wetswijziging van 31 oktober 1995, mondelinge afspraken heeft gemaakt met de rentmeester van de Stichting die hem pachtrechten met terugwerkende kracht zouden geven. Daarnaast beroept hij zich op een uitleg van de schriftelijke pachtovereenkomst van 14 februari 1996 in het licht van deze mondelinge afspraken.
De Stichting stelt dat de schriftelijke overeenkomst van 1996 leidend is en dat de pacht is geëindigd per 31 december 2001, zoals schriftelijk medegedeeld. De nieuwe pachter heeft het perceel in 2002 in gebruik genomen. Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de vorderingen van de nieuwe pachter en de Stichting opgeroepen om te verschijnen, hoewel hij geen beslissing ten nadele van de Stichting nastreeft.
Het hof oordeelt dat appellant bewijs mag leveren van zijn stellingen omtrent de mondelinge afspraken en dat het ontbreken van bepaalde stukken in het dossier aanleiding geeft tot het opvragen van aanvullende bewijsstukken. Het voorwaardelijk incidenteel beroep van de nieuwe pachter tegen de Stichting wordt niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing in het hoger beroep tegen de nieuwe pachter wordt aangehouden tot na bewijslevering en getuigenverhoren die door het hof worden georganiseerd.
Uitkomst: Het hof verklaart het voorwaardelijk incidenteel beroep van de nieuwe pachter tegen de Stichting niet-ontvankelijk en houdt de beslissing in het hoger beroep aan tot na bewijslevering.