ECLI:NL:GHARN:2007:BB8125
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toepassing urencriterium voor zelfstandigenaftrek bij combinatie dienstbetrekking en onderneming
Belanghebbende kreeg voor 2002 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd die werd verminderd door de rechtbank omdat hij voldeed aan het urencriterium voor zelfstandigenaftrek. De inspecteur stelde hoger beroep in, betwistte dat belanghebbende aan het urencriterium voldeed en vond dat ook de uren waarvoor loon werd betaald, maar niet feitelijk aan de dienstbetrekking besteed, moesten meetellen.
Het Hof overwoog dat volgens de wetsgeschiedenis en parlementaire stukken voor het urencriterium niet de betaalde uren, maar de feitelijk aan de dienstbetrekking bestede uren tellen. Belanghebbende had 1431 uren aan zijn onderneming besteed en 1606 loonuren, waarvan 381 uren niet feitelijk aan de dienstbetrekking waren besteed. Hierdoor voldeed hij aan het urencriterium.
Het Hof bevestigde de uitspraak van de rechtbank dat belanghebbende recht heeft op de zelfstandigenaftrek. Tevens veroordeelde het Hof de inspecteur in de proceskosten. De uitspraak is in het openbaar gedaan en partijen kunnen binnen zes weken cassatieberoep instellen.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat belanghebbende voldoet aan het urencriterium en recht heeft op de zelfstandigenaftrek.