ECLI:NL:GHARN:2007:BB6658
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Valk
- Van der Beek
- Van Ditzhuijzen
- ing. De Lorijn
- ir. Rogaar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanspraak gemeente op helft waarde melkquotum bij pachtgrond
In deze zaak staat centraal de vraag welk gedeelte van het aan appellant in 1984 toegekende melkquotum samenhangt met de gepachte landbouwgrond van de gemeente. Appellant betoogde dat de bijdrage van het gepachte niet evenredig was en dat de gemeente slechts aanspraak kon maken op een deel van het melkquotum. Het hof stelt echter vast dat de hoeveelheid grond die in 1983 ten behoeve van melkproductie in gebruik was bepalend is en dat ook grond die uitsluitend voor voederwinning werd gebruikt meetelt, mits deze grond daadwerkelijk in gebruik was voor melkproductie.
Appellant voerde aan dat het gepachte minder dan de helft van de veevoederbehoefte kon voorzien en dat aanvullende gronden en aankopen noodzakelijk waren. Het hof oordeelt dat dergelijke omstandigheden los van aanvullende feiten niet leiden tot een afwijking van de evenredige toerekening van melkquotum aan het grondgebruik. De rechtbank had de gemeente reeds recht gegeven op 50% van de waarde van het melkquotum, en het hof bekrachtigt dit oordeel.
Verder werd de verschuldigdheid van rente vanaf 5 april 2005 bevestigd, omdat de afwikkeling van de verkoop meer tijd kostte dan partijen hadden voorzien, en dit door redelijkheid en billijkheid werd ondersteund. De vordering van de gemeente tot ontbinding van de pachtovereenkomst werd afgewezen vanwege de ernst van de gevolgen voor appellant. Het hof veroordeelt appellant in de kosten van het principaal beroep en de gemeente in die van het incidenteel beroep, met wettelijke rente bij niet-tijdige betaling.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de gemeente recht heeft op 50% van de waarde van het melkquotum en wijst de vorderingen van appellant af.