ECLI:NL:GHARN:2007:BB5072
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- H.G.W. Stikkelbroek
- J.I.M.W. Bartelds
- F.J.H. Rutgers van der Loeff
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot achterwege laten vervroegde invrijheidstelling wegens vermeende mishandeling
De officier van justitie verzocht het gerechtshof Arnhem om de vervroegde invrijheidstelling van de veroordeelde, die een gevangenisstraf van 40 maanden ondergaat, geheel of gedeeltelijk achterwege te laten op grond van een vermeende ernstige misdraging tijdens de detentie.
De grondslag van de vordering was een aangifte van poging tot zware mishandeling waarbij de veroordeelde de aangever met een vork in de schouder zou hebben gestoken. De veroordeelde erkende het steken, maar er was geen bewijs van daadwerkelijk letsel of pijn bij de aangever.
Het hof oordeelde dat op dit moment onvoldoende aanwijzingen aanwezig zijn dat de strafrechter later tot een veroordeling wegens mishandeling zal komen. Daarmee is geen sprake van een ernstige misdraging in de zin van artikel 15a, eerste lid, aanhef en onder c van het Wetboek van Strafrecht.
Op basis hiervan wees het hof de vordering van de officier van justitie af en besloot dat de vervroegde invrijheidstelling van de veroordeelde niet geheel of gedeeltelijk achterwege hoeft te blijven.
Uitkomst: De vordering tot het achterwege laten van de vervroegde invrijheidstelling wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van ernstige misdraging.