ECLI:NL:GHARN:2007:BB4805
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Spek
- Smeeïng-van Hees
- Vaessen
- Rechtspraak.nl
Hof verklaart gefailleerde niet-ontvankelijk in verzoek tot opheffing faillissement en toepassing WSNP
Appellante is in 2003 in staat van faillissement verklaard en heeft in 2004 een verzoek tot opheffing van het faillissement met gelijktijdige toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling ingediend, dat door de rechtbank Almelo is afgewezen. In 2007 diende zij een tweede verzoek in, dat eveneens werd afgewezen.
Het hof beoordeelt ambtshalve de ontvankelijkheid van het verzoek en constateert dat appellante de in de Faillissementswet gestelde termijn voor het indienen van een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling heeft overschreden zonder dat sprake is van omstandigheden die haar dit niet kunnen worden toegerekend. Daarnaast blijkt uit de stukken dat zij tijdens het faillissement nieuwe schulden heeft laten ontstaan en haar informatieverplichting onvoldoende is nagekomen, met name omtrent verhuizingen.
De persoonlijke omstandigheden van appellante, waaronder haar woonsituatie met haar minderjarige dochter in een opvangvoorziening, worden door het hof niet als voldoende grond gezien om alsnog tot de schuldsaneringsregeling toe te laten. Het hof vernietigt het vonnis van 10 juli 2007 en verklaart appellante niet-ontvankelijk in haar verzoek tot opheffing van het faillissement onder gelijktijdige toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Uitkomst: Appellante is niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot opheffing van het faillissement met toepassing van de schuldsaneringsregeling.