ECLI:NL:GHARN:2007:BB3520
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J. van de Merwe
- J. Lamens
- J.P.M. Kooijmans
- Rechtspraak.nl
Toepassing anoniementarief bij ontbreken ondertekende loonbelastingverklaringen
In deze zaak staat de toepassing van het anoniementarief in de loonbelasting centraal, wanneer loonbelastingverklaringen ontbreken of niet ondertekend zijn. Belanghebbende, een BV, kreeg een naheffingsaanslag en een vergrijpboete opgelegd door de Inspecteur over de jaren 2001 tot en met 2003. De Rechtbank Arnhem had de aanslag en boete verminderd.
De Inspecteur stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de Rechtbank, terwijl belanghebbende incidenteel hoger beroep instelde tegen de toepassing van de eindheffingsregeling. Het Hof verwijst naar een arrest van de Hoge Raad waarin is vastgesteld dat het ontbreken van een ondertekende loonbelastingverklaring leidt tot toepassing van het anoniementarief, ook als de werkgever wel andere gegevens van de werknemer heeft.
Het Hof oordeelt dat zonder handtekening niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat de verklaring daadwerkelijk van de werknemer afkomstig is, waardoor het anoniementarief moet worden toegepast. Belanghebbende heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat verhaal van de nageheven loonbelasting mogelijk was. De vergrijpboete wordt bevestigd op €1.941, zoals door de Rechtbank vastgesteld, omdat het standpunt van belanghebbende destijds pleitbaar was.
Ten slotte acht het Hof geen aanleiding voor een kostenveroordeling en verklaart het incidentele hoger beroep ongegrond, het principale hoger beroep gegrond, en vernietigt de uitspraak van de Rechtbank, behoudens de beslissingen omtrent griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het anoniementarief wordt toegepast bij ontbrekende ondertekende loonbelastingverklaringen en de vergrijpboete wordt verminderd tot €1.941.