ECLI:NL:GHARN:2007:BB3047
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof vernietigt aanslag fictieve aanmerkelijkbelangwinst wegens strijd met EG-recht
Belanghebbende, die in 1997 Nederland verliet en zich in Engeland vestigde, kreeg een aanslag inkomstenbelasting opgelegd over fictieve aanmerkelijkbelangwinst. Hij maakte bezwaar tegen de aanslag en de heffingsrente, maar werd niet-ontvankelijk verklaard. Na beroep bij het Gerechtshof Arnhem werd het Hof door het HvJ EG gevraagd prejudiciële vragen te beantwoorden over de strijdigheid van het Nederlandse systeem met het EG-recht.
Het HvJ EG oordeelde dat het Nederlandse systeem van heffing bij emigratie, inclusief de verplichte zekerheidstelling voor uitstel van betaling, in strijd is met artikel 43 EG Pro-Verdrag, omdat het niet volledig rekening houdt met waardeverminderingen na emigratie. Het Hof stelde vast dat de aanslag in 1997 onverenigbaar was met het EG-recht en vernietigde de aanslag, terwijl het bezwaar van belanghebbende alsnog ontvankelijk werd verklaard.
Het verzoek om schadevergoeding wegens de zekerheidstelling werd afgewezen omdat geen sprake was van een voldoende gekwalificeerde schending. De proceskosten werden forfaitair vastgesteld op €3.542, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De beschikking heffingsrente werd niet-ontvankelijk verklaard omdat deze van rechtswege vervallen was. Het Hof wees het beroep toe voor zover het de aanslag betrof en wees de Staat aan als de partij die de proceskosten moet vergoeden.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting over fictieve aanmerkelijkbelangwinst uit 1997 wordt vernietigd wegens strijd met het EG-Verdrag, belanghebbende wordt ontvankelijk verklaard in bezwaar en proceskosten worden forfaitair toegewezen.