ECLI:NL:GHARN:2007:BB2125
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.A. Coster van Voorhout
- Y.A.J.M. van Kuijck
- R. de Groot
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak tandarts wegens onvoldoende bewijs valsheid in geschrift en oplichting verzekeraars
De zaak betreft een tandarts die werd vervolgd wegens valsheid in geschrift en (poging tot) oplichting van verzekeringsmaatschappijen in verband met een ongeval waarbij hij zijn linkerwijsvinger zou hebben verloren. Het hof onderzocht uitgebreid het bewijs, waaronder reconstructieonderzoeken, medische rapporten en verklaringen van deskundigen en getuigen.
De verdediging stelde dat de verdachte de formulieren invulde op basis van informatie van de Belgische politie en dat alternatieve oorzaken voor de amputatie niet voldoende waren onderzocht. Het hof vond dat het bewijs onvoldoende overtuigend was om vast te stellen dat de verdachte de vingeramputatie moedwillig had geënsceneerd en dat hij met opzet onjuiste verklaringen had afgelegd.
Na een langdurige procedure, waarin ook een reconstructieonderzoek in de Verenigde Staten werd uitgevoerd, oordeelde het hof dat er redelijke twijfel bestond over de schuld van de verdachte. Daarom werd hij vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten. De overschrijding van de redelijke termijn werd erkend maar leidde niet tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie.
Uitkomst: Verdachte werd vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor valsheid in geschrift en oplichting.