ECLI:NL:GHARN:2007:BA9132
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Van Loo
- Knottnerus
- Groefsema
- Rechtspraak.nl
Samenloop vorderingen kennelijk onredelijk ontslag en werkgeversaansprakelijkheid voor OPS
In deze civiele zaak staat de vraag centraal of vorderingen op grond van artikel 7:681 BW Pro (schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag) en artikel 7:658 BW Pro (werkgeversaansprakelijkheid voor schade door schending zorgplicht) cumulatief kunnen worden toegewezen. Het hof stelt dat beide regelingen naast elkaar van toepassing kunnen zijn, tenzij de wet anders voorschrijft, en dat de appellant niet verplicht is te kiezen tussen de regelingen.
De appellant vordert schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag per 29 maart 2004, waarbij hij stelt dat hij tijdens zijn dienstverband bij Roto Smeets aan het Organo-Psycho-Syndroom (OPS) is gaan lijden door blootstelling aan oplosmiddelen. Roto Smeets betwist dit en voert onder meer aan dat de appellant onvoldoende bewijs heeft geleverd voor het lijden aan OPS.
Het hof benadrukt dat de rechter zelfstandig moet beoordelen of het ontslag kennelijk onredelijk is en dat de appellant de bewijslast draagt voor het lijden aan OPS. Het hof beveelt een deskundigenonderzoek door een klinisch arbeidsgeneeskundige aan om deze vraag te beantwoorden. Tevens wordt de procedure voortgezet met een comparitie om nadere inlichtingen te verkrijgen en te onderzoeken of partijen tot overeenstemming kunnen komen.
De zaak wordt aangehouden en de beslissing over de vorderingen op grond van artikel 7:658 BW Pro wordt uitgesteld, waarbij het hof de mogelijkheid openhoudt om de zaak naar de kantonrechter te verwijzen voor verdere afdoening. Het arrest is gewezen door de rechters Van Loo, Knottnerus en Groefsema en uitgesproken op 12 juni 2007.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat vorderingen op grond van artikel 7:681 BW en 7:658 BW cumulatief kunnen worden toegewezen en beveelt een deskundigenonderzoek om het lijden aan OPS vast te stellen.