ECLI:NL:GHARN:2007:BA7984
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens redelijke termijn voor betaling
Belanghebbende parkeerde haar voertuig op 11 oktober 2005 in een straat waar parkeerbelasting geldt. Een parkeercontroleur constateerde dat er geen geldig parkeerbewijs aanwezig was en legde een naheffingsaanslag op. Belanghebbende stelde dat zij samen met rolstoelgebruikers naar de parkeerautomaat liep om een kaartje te kopen, wat meer tijd kostte dan normaal. Ter onderbouwing overhandigde zij een parkeerkaartje dat vier minuten na de naheffingsaanslag was betaald.
De Ambtenaar stelde dat de parkeercontroleur geen mensen met rolstoelen bij de automaat had gezien en dat de bewijslast bij belanghebbende lag. Het Hof oordeelde echter dat de verklaring van de controleur, opgesteld 13 weken na de naheffingsaanslag, geen onweerlegbaar bewijs vormt. Het Hof achtte het aannemelijk dat belanghebbende daadwerkelijk op tijd betaalde, gezien de omstandigheden.
Het Hof overwoog dat een parkeerder een redelijke korte tijd moet krijgen om de afstand tussen parkeerplaats en automaat te overbruggen, waarbij het wisselen van geld buiten beschouwing blijft. Gelet op de aanwezigheid van rolstoelgebruikers was meer tijd nodig. Daarom was belanghebbende niet te laat met betalen op het moment van oplegging van de naheffingsaanslag.
Het Hof verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de Rechtbank en de naheffingsaanslag, en veroordeelde de Ambtenaar in de proceskosten. De gemeente Harderwijk werd aangewezen als de partij die de kosten moet vergoeden.
Uitkomst: De naheffingsaanslag parkeerbelasting is vernietigd omdat belanghebbende een redelijke tijd had om te betalen.