ECLI:NL:GHARN:2007:BA5736
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Valk
- Olthof
- Van der Beek
- ing. De Lorijn
- ir. Rogaar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vordering schriftelijke vastlegging mondelinge pachtovereenkomst over landbouwpercelen
Appellant, mede-erfgenaam en eigenaar van delen van drie landbouwpercelen, vorderde schriftelijke vastlegging van een mondelinge pachtovereenkomst met zijn mede-erfgenamen als verpachters. Hij stelde dat hij sinds 1987 de percelen zou blijven pachten en als pachtprijs de eigenaarslasten, zoals ruilverkavelings- en waterschapslasten, zou betalen.
De rechtbank wees de vordering af omdat appellant het bestaan van de pachtovereenkomst niet had bewezen. In hoger beroep bevestigde het hof dit oordeel. Hoewel appellant bewijsstukken overlegd had, zoals aanslagbiljetten en betalingen van lasten, waren deze onvoldoende om aan te tonen dat hij de lasten voor rekening van de eigenaar had genomen. Ook de verwijzing naar een taxatierapport in de successieaangifte bood geen doorslaggevend bewijs.
Het hof oordeelde dat de mondelinge afspraak niet kon worden bewezen en dat de vordering daarom niet toewijsbaar was. De eerdere vonnissen werden bekrachtigd en appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bevestigt de afwijzing van de vordering tot schriftelijke vastlegging van de mondelinge pachtovereenkomst wegens onvoldoende bewijs.