ECLI:NL:GHARN:2007:BA5613
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- H. van Loo
- Knottnerus
- Duitemeijer
- Rechtspraak.nl
Onregelmatige opzegging arbeidsovereenkomst en schadevergoeding wegens niet-naleving opzegtermijn
Appellant heeft zijn arbeidsovereenkomst met More op 15 september 2003 met onmiddellijke ingang opgezegd gekregen zonder inachtneming van enige opzegtermijn. Het hof stelt vast dat deze opzegging onregelmatig was en More op grond van artikel 7:677 lid 2 BW Pro schadeplichtig is jegens appellant. Appellant koos voor de gefixeerde schadevergoeding zoals bedoeld in artikel 7:680 BW Pro, welke gelijk is aan het loon over de periode van de opzegtermijn.
De opzegtermijn werd berekend op 22 weken, gebaseerd op de duur van de dienstbetrekking en de leeftijd van appellant. More had de arbeidsovereenkomst niet eerder dan 29 februari 2004 mogen opzeggen. De schadevergoeding werd vastgesteld op €21.900,56, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 15 september 2003.
Appellant stelde tevens dat zijn arbeidsongeschiktheid in overwegende mate is ontstaan door de werkzaamheden bij More, en dat het ontslag kennelijk onredelijk was. Het hof liet appellant toe dit te bewijzen en bepaalde dat getuigenverhoren zouden plaatsvinden. De procedure werd aangehouden voor verdere beslissing.
More voerde aan dat de onregelmatige opzegging een vergissing van de administrateur was en dat appellant geen daadwerkelijke schade had geleden, maar het hof verwierp deze argumenten. De kantonrechter had eerder de vorderingen afgewezen, maar het hof vernietigde dat vonnis en wees de schadevergoeding toe.
Het arrest werd gewezen door de raadsheren Van Loo, Knottnerus en Duitemeijer en uitgesproken op 24 april 2007.
Uitkomst: More is schadeplichtig wegens onregelmatige opzegging en moet een gefixeerde schadevergoeding van €21.900,56 plus rente betalen; appellant mag bewijs leveren over arbeidsongeschiktheid.