ECLI:NL:GHARN:2007:BA1411
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Valk
- Van den Dungen
- Van der Beek
- Jansens van Gellicium
- Duenk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over vergoeding voorkeursrecht pachter bij grondvervreemding
In deze civiele zaak staat de vraag centraal of de geïntimeerde op grond van artikel 56i Pachtwet aan de appellant een vergoeding verschuldigd is wegens de vervreemding van gepachte grond. De pachtkamer had dit ontkennend beantwoord, maar het hof oordeelt anders.
Het hof stelt vast dat de waarde van de grond in pachtvrije staat per einde 1996/begin 1997 € 26.999,92 per hectare bedraagt, en dat de prijs die de geïntimeerde betaalde € 11.344,51 per hectare was. Rekening houdend met de verstreken jaren en de oppervlakte van 15,79 hectare die werd vervreemd, komt het hof tot een vergoeding van € 74.171,37 plus wettelijke rente vanaf 20 januari 2004.
Het hof overweegt dat het recht van voorkoop niet beperkt hoeft te worden uitgelegd zoals de pachtkamer deed, en dat ook een informele aanbieding aan de pachter kan volstaan. Daarnaast wijst het hof de stellingen van de geïntimeerde af die te laat en onvoldoende onderbouwd waren. De vordering tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen.
De vordering in reconventie van de geïntimeerde wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Het hof vernietigt het vonnis van de pachtkamer en veroordeelt de geïntimeerde tot betaling van de vergoeding en de proceskosten.
Uitkomst: Het hof veroordeelt de geïntimeerde tot betaling van € 74.171,37 plus wettelijke rente wegens het voorkeursrecht van de pachter.