ECLI:NL:GHARN:2007:AZ7819

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
5 februari 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
TBS 2006\249
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Verheugt
  • Stikkelbroeck
  • Lensing
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 3 EVRMArt. 5 EVRM
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling wegens ernstige persoonlijkheidsstoornis en delictgevaar

Het gerechtshof Arnhem heeft op 5 februari 2007 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 11 augustus 2006, waarin de terbeschikkingstelling (TBS) van betrokkene werd verlengd met twee jaar. Het hof vernietigde de eerdere beslissing en besloot zelf tot verlenging van de TBS met een termijn van twee jaar.

Betrokkene lijdt aan een ernstige paranoïde persoonlijkheidsstoornis en het recidivegevaar wordt hoog ingeschat. Sinds 22 november 2005 verblijft betrokkene op de longstay afdeling van de kliniek Veldzicht, waar hij onder dwang medicatie accepteert en positieve gedragsontwikkelingen toont. Het hof nam kennis van het aanbod van de kliniek om te onderzoeken of terugplaatsing naar een behandeltraject mogelijk is, mits betrokkene aan voorwaarden voldoet.

Ondanks deze positieve ontwikkelingen acht het hof, gelet op de ernst van de problematiek, het aanwezige delictgevaar en de noodzaak van langdurige zorg en begeleiding, verlenging van de TBS met twee jaar noodzakelijk. Het hof verwierp het betoog van de raadsman dat plaatsing op de longstay afdeling in strijd zou zijn met de artikelen 3 en 5 EVRM, omdat dit niet nader was onderbouwd.

De beslissing werd genomen door de kamer van het hof, bestaande uit de rechters Verheugt, Stikkelbroeck en Lensing, in aanwezigheid van raden en griffier, en openbaar uitgesproken op 5 februari 2007.

Uitkomst: De terbeschikkingstelling van betrokkene is verlengd met een termijn van twee jaar.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM
TBS 2006\249
Beslissing d.d. 5 februari 2007
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[terbeschikkinggestelde],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
verblijvende in [verblijfplaats].
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank te Amsterdam van 11 augustus 2006, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar.
Overwegingen:
Het hof zal de beslissing van de rechtbank dienen te vernietigen, daar het recht doet mede op grond van nieuwe stukken en hetgeen de getuige-deskundige ter terechtzitting heeft verklaard.
In het bijzonder gelet op de advisering is het hof van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist als in de hierna te vermelden beslissing vervat. Uit het verlengingsadvies en de zesjaarsrapportages volgt dat bij betrokkene sprake is van een ernstige paranoïde persoonlijkheidsstoornis. Het recidivegevaar wordt hoog geschat. Betrokkene is op 22 november 2005 opgenomen op de longstay afdeling van Veldzicht. Betrokkene accepteert nu medicatie, zij het onder drang. Het gaat goed met hem op de afdeling en hij wil worden behandeld. Dit zijn positieve ontwikkelingen. Het hof heeft dan ook met belangstelling kennis genomen van het aanbod van de kliniek om samen met betrokkene te onderzoeken of er mogelijkheden zijn voor een terugplaatsing naar een behandeltraject. Betrokkene dient zich hiervoor aan een aantal voorwaarden te houden. Inmiddels is betrokkene gestart met de opbouw van zijn dagprogramma. Over een halfjaar zal het behandelplan worden besproken. Bij een positieve evaluatie zal de kliniek opheffing van de longstay status aanvragen met een verzoek tot overplaatsing naar een behandelplaats. In ieder geval zal er ook dan sprake zijn van een te verwachten langdurig traject, waarbij blijvende en intensieve bemoeienis vanuit de kliniek is vereist.
Het hof is van oordeel dat, ongeacht welk traject zal worden gevolgd, gelet op de ernst van de problematiek, het aanwezige delictgevaar en het feit dat betrokkene nog langdurig zorg, structuur en begeleiding nodig heeft, een verlenging met een termijn van twee jaar is geindiceerd.
Nu de stelling van de raadsman, dat plaatsing op een longstay afdeling in strijd zou zijn met de artikelen 3 en 5 van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, niet nader is onderbouwd, gaat het hof – dat die algemene conclusie niet deelt - daarop niet nader in.
Beslissing:
Het hof:
Vernietigt de beslissing van de rechtbank te Amsterdam van 11 augustus 2006 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde.
Verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar.
Aldus gedaan door
mr Verheugt als voorzitter,
mrs Stikkelbroeck en Lensing als raadsheren,
en dr Schudel en drs Harmsen als raden,
in tegenwoordigheid van mr Jansen als griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2007.
De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.