ECLI:NL:GHARN:2007:AZ7297
Gerechtshof Arnhem
- Raadkamer
- Abbink
- Mintjes
- Van Waarden
- Rechtspraak.nl
Vervolging politieagent wegens mogelijk disproportioneel geweld bij aanhouding
Op 11 juni 2004 vond een incident plaats waarbij klager, tijdens een aanhouding door een politieagent, zijn gehandicapte rechterarm brak. Klager verzette zich tegen de aanhouding die verband hield met een verdenking van mishandeling van zijn zus. Tijdens het incident werd klager meerdere malen geslagen en tegen een politiebus gezet, waarbij hij ernstig letsel opliep. Diverse getuigen bevestigden het gebruik van geweld en het letsel.
De officier van justitie besloot op 1 februari 2006 om geen strafvervolging in te stellen, stellende dat het gebruikte geweld proportioneel was en er geen opzet was om zwaar letsel toe te brengen. Klager maakte hiertegen bezwaar en het hof nam de zaak in raadkamer in behandeling op 23 januari 2007.
Het hof oordeelde dat er voldoende aanwijzingen zijn voor vervolging wegens zware of eenvoudige mishandeling. Het gebruikte geweld bestond uit drie momenten: de aanhouding, het tegen de bus zetten en het geweld in de bus. Hoewel het eerste geweldsmoment mogelijk proportioneel was, geldt dat niet voor de latere geweldsmomenten. Het hof beveelt daarom vervolging van de politieagent, omdat een volledig onderzoek noodzakelijk is.
De beschikking werd gegeven door het Gerechtshof Arnhem op 29 januari 2007, waarbij de rechters Abbink, Mintjes en Van Waarden het besluit ondertekenden.
Uitkomst: Het hof beveelt vervolging van de politieagent wegens zware mishandeling tijdens een aanhouding.