ECLI:NL:GHARN:2007:AZ6947
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- W.L. Valk
- Van der Beek
- Hillen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onrechtmatige hinder en erfgrens bij bossingel tussen percelen
In deze civiele zaak staat centraal of de bossingel die geïntimeerde op zijn perceel heeft aangeplant onrechtmatige hinder oplevert voor appellante en waar de erfgrens tussen de percelen ligt.
Appellante vordert onder meer het aanpassen van de kadastrale grens en het vestigen van een erfdienstbaarheid van licht en uitzicht. Het hof stelt dat het onthouden van licht onrechtmatige hinder kan opleveren, maar dat de huidige hoogte en breedte van de bossingel niet zodanig zijn dat appellante dit in redelijkheid niet hoeft te dulden. Wel wordt een voorwaardelijke veroordeling uitgesproken om te snoeien indien de beplanting hoger is dan vier meter.
Met betrekking tot de erfgrens oordeelt het hof dat de kadastrale grens overeenkomt met de feitelijke grens en dat de bewijsvoering van appellante onvoldoende is om een afwijking aan te tonen. De vorderingen worden afgewezen en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd. Appellante wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van appellante af, behalve een voorwaardelijke veroordeling tot snoeien van beplanting boven vier meter.