ECLI:NL:GHARN:2006:AZ4708
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- P.C. Vegter
- J.M.J. Denie
- H.G.W. Stikkelbroeck
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof wijst gedeeltelijk toe vordering tot achterwege laten vervroegde invrijheidstelling wegens nieuwe veroordeling
Het gerechtshof Arnhem heeft op 29 november 2006 uitspraak gedaan over een vordering van het openbaar ministerie tot het achterwege laten van de vervroegde invrijheidstelling van een veroordeelde die reeds een gevangenisstraf van acht jaar uitzat.
De vordering was gebaseerd op een nieuwe onherroepelijke veroordeling van de veroordeelde voor medeplegen van diefstal met bedreiging, gepleegd tijdens elektronisch toezicht in de executiefase van zijn eerdere straf. De raadsman betoogde dat de vordering niet onverwijld was ingediend, omdat het bekend worden van het nieuwe feit bepalend zou zijn, maar het hof oordeelde dat de datum van onherroepelijkheid van het vonnis leidend is en dat de vordering tijdig was ingediend.
Het hof overwoog dat het openbaar ministerie beleidsvrijheid heeft bij het doen van een dergelijke vordering, maar dat transparantie wenselijk is. Gezien de ernst van het bewezenverklaarde feit en het feit dat de veroordeelde het nieuwe strafbare feit pleegde tijdens elektronisch toezicht, achtte het hof het gerechtvaardigd om de vervroegde invrijheidstelling deels achterwege te laten.
De vordering werd daarom gedeeltelijk toegewezen, waarbij de vervroegde invrijheidstelling pas vijftien maanden na het vroegst mogelijke tijdstip zal plaatsvinden. Hierbij werden ook persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde meegewogen.
Uitkomst: De vervroegde invrijheidstelling wordt uitgesteld tot vijftien maanden na het vroegst mogelijke tijdstip vanwege een nieuwe onherroepelijke veroordeling.