ECLI:NL:GHARN:2006:AZ1908
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Valk
- Olthof
- Kok
- Jansens van Gellicum
- Duenk
- Rechtspraak.nl
Geschil over overdracht en vergoeding van varkensrechten bij pachtwijzigingsovereenkomst
In deze zaak staat een geschil centraal over de uitvoering van een pachtwijzigingsovereenkomst tussen appellanten en geïntimeerde, waarbij het gaat om de overdracht en vergoeding van met het gepachte samenhangende varkensrechten.
De pachtwijzigingsovereenkomst van 31 januari 1996 regelt onder meer de beëindiging van pacht en overdracht van melk- en mestproductierechten, alsmede vergoeding van pachtersinvesteringen. Na het overlijden van de oorspronkelijke pachter zijn appellanten als erfgenamen betrokken geraakt bij het geschil.
De pachtkamer van de rechtbank Almelo heeft in eerste aanleg een herstelvonnis gewezen waarin appellanten werden veroordeeld tot overdracht van het varkensrecht binnen zeven dagen na betekening, op straffe van een dwangsom. Appellanten stelden in hoger beroep dat zij slechts een gedeelte van het varkensrecht behoefden over te dragen en dat de vergoeding ontoereikend was.
Het hof oordeelt dat de tekst van de overeenkomst geen grond biedt voor gedeeltelijke overdracht en dat partijen hebben beoogd alle varkensrechten over te dragen. Wel wordt het dictum aangepast zodat overdracht pas verplicht is nadat geïntimeerde schriftelijk heeft kenbaar gemaakt aan wie de overdracht moet plaatsvinden. Verder bevestigt het hof dat de vergoeding in conventie niet in dit hoger beroep kan worden herzien, omdat dit onderwerp is van een ander hoger beroep.
Appellanten worden in het ongelijk gesteld en veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Appellanten zijn verplicht tot volledige overdracht van de varkensrechten, maar pas na schriftelijke aanwijzing door geïntimeerde aan wie de overdracht moet plaatsvinden.