ECLI:NL:GHARN:2006:AZ1454
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Vegter
- Buruma
- Kerssemakers
- Rechtspraak.nl
Verlenging terbeschikkingstelling met procedurele termijnverzuim en zorgvuldige belangenafweging
In deze zaak stond centraal de verlenging van de terbeschikkingstelling van betrokkene, waarbij een onwenselijk tijdsverloop werd vastgesteld tussen de datum van de verlengingsvordering en de ontvangst daarvan bij de griffie. Het hof oordeelde dat deze procedurele fout niet leidde tot nadelige rechtsgevolgen voor betrokkene, die bovendien geen bezwaar maakte tegen verlenging.
De verlengingsvordering was gedateerd op 10 februari 2006, maar pas op 3 mei 2006 bij de griffie ontvangen, waardoor de vordering formeel te laat was ingediend. Het hof stelde vast dat de datum van ontvangst bij de griffie bepalend is voor de indiening, en dat de verlenging daardoor buiten de wettelijke termijn viel. Desondanks werd op grond van artikel 509oa Sv de termijnoverschrijding gerepareerd vanwege bijzondere omstandigheden die verlenging noodzakelijk maken.
De inhoudelijke beoordeling toonde aan dat betrokkene lijdt aan een pervasieve ontwikkelingsstoornis met blijvende zorgbehoefte, waardoor verlenging van de maatregel noodzakelijk is om het recidivegevaar laag te houden. Ook recente ontwikkelingen, waaronder een stap richting zelfstandig begeleid wonen, werden meegewogen. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en verlengde de terbeschikkingstelling met één jaar.
Uitkomst: De terbeschikkingstelling van betrokkene is met één jaar verlengd ondanks te late indiening van de verlengingsvordering.