ECLI:NL:GHARN:2006:AZ0944
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.W.P. Verheugt
- Y.A.J.M. van Kuijck
- A.G. Coumans
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof wijst gedeeltelijk vordering tot achterwege laten vervroegde invrijheidstelling toe
Veroordeelde was eerder veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar en zes maanden. Tijdens de tenuitvoerlegging van deze straf pleegde hij nieuwe strafbare feiten, waaronder afpersing, poging tot diefstal en het bezit van een vuurwapen met munitie. Hiervoor werd hij veroordeeld tot achttien maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk.
De officier van justitie verzocht het hof om de vervroegde invrijheidstelling van veroordeelde achterwege te laten op grond van artikel 15a van het Wetboek van Strafrecht. Het hof stelde vast dat de nieuwe feiten en de onherroepelijke veroordeling aan de voorwaarden voldeden om de vervroegde invrijheidstelling te weigeren.
Tegelijkertijd nam het hof de persoonlijke omstandigheden van veroordeelde in aanmerking. Veroordeelde was gestart met een behandeling en stond open voor begeleiding om recidive te voorkomen. De rechtbank had dit ook erkend door een deel van de straf voorwaardelijk op te leggen als stimulans voor gedragsverandering.
Daarom besloot het hof de vordering slechts gedeeltelijk toe te wijzen en bepaalde dat de vervroegde invrijheidstelling voor een periode van vier maanden achterwege blijft, waarbij rekening werd gehouden met de termijn voorgesteld door de raadsvrouw en de mogelijkheid tot behandeling in een gespecialiseerde inrichting.
Uitkomst: De vervroegde invrijheidstelling wordt voor vier maanden achterwege gelaten vanwege nieuwe strafbare feiten en persoonlijke omstandigheden van veroordeelde.