ECLI:NL:GHARN:2006:AZ0381
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- M. Mannoury
- R. Rijken
- J. Groen
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WSNP wegens niet te goeder trouw laten van schuld aan ABN AMRO
Appellant werd toegelaten tot de WSNP na verkoop van zijn bedrijf, waarbij de koopsom in twee termijnen zou worden voldaan. De tweede termijn werd echter niet volledig gebruikt om schulden bij ABN AMRO te voldoen, omdat de koper eerst eigen vorderingen verrekende. Appellant liet het resterende bedrag bij zijn boekhouder parkeren, die zijn eigen facturen verrekende. ABN AMRO, die zekerheidsrechten had op de inventaris en voorraad van appellant's bedrijf, kreeg hierdoor niet het volledige bedrag.
De rechtbank Zutphen beëindigde de WSNP-regeling omdat appellant zonder medeweten van ABN AMRO de verpande inventaris had verkocht en daarmee de zekerheidsrechten had gefrustreerd. Appellant ging in hoger beroep tegen deze beslissing, stellende dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn persoonlijke omstandigheden en dat ABN AMRO geen bezwaar had gemaakt tegen de WSNP-toelating.
Het hof oordeelde dat appellant niet te goeder trouw was omdat hij bewust de zekerheidsrechten van ABN AMRO had gefrustreerd door betalingen niet aan ABN AMRO te voldoen. Dit leidde tot het onbetaald laten van een substantiële schuld. Het feit dat de totale schuldenlast niet toenam, was niet relevant voor de toelating tot de WSNP. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en het vonnis van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van de WSNP wegens niet te goeder trouw handelen door appellant.