ECLI:NL:GHARN:2006:AY9329
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Heisterkamp
- Valk
- Van der Beek
- Rechtspraak.nl
Beoordeling of grondstuk behoort tot echtelijke woning in kader van art. 1:88 BW
In deze zaak staat centraal of een gedeelte van grond, verkocht door de echtgenoot van geïntimeerde, behoort tot de echtelijke woning in de zin van art. 1:88 BW Pro. De rechtbank had geoordeeld dat de grond, bestaande uit een moestuin en siertuin, deel uitmaakt van het woonmilieu van geïntimeerde.
Appellanten voerden diverse argumenten aan om dit oordeel te betwisten, waaronder het vermeende in onbruik zijn van de moestuin en het feit dat geïntimeerde nog een aanzienlijk stuk achtertuin overhoudt. Het hof oordeelde dat de beoordeling moet plaatsvinden op het moment van de rechtshandeling en dat de gronden van appellanten onvoldoende zijn om het oordeel van de rechtbank te wijzigen.
Verder stelde appellanten dat geïntimeerde misbruik maakte van haar bevoegdheid onder art. 1:88 BW Pro om bouwplannen van appellanten te dwarsbomen. Het hof vond dit niet aannemelijk en oordeelde dat het beroep op misbruik van bevoegdheid faalt. Alle grieven van appellanten werden verworpen en het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst alle grieven van appellanten af.