ECLI:NL:GHARN:2006:AY7668
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Vegter
- Abbink
- Van der Herberg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onbevoegdverklaring rechtbank inzake tenuitvoerlegging Antilliaanse terbeschikkingstelling
In deze zaak betrof het een hoger beroep van het openbaar ministerie tegen de onbevoegdverklaring van de rechtbank Zutphen om kennis te nemen van de vordering tot verlenging van de maatregel van terbeschikkingstelling opgelegd door het gerecht van de Nederlandse Antillen.
Het hof oordeelde dat de tenuitvoerlegging van het Antilliaanse vonnis in Nederland moet plaatsvinden met inachtneming van de Nederlandse wettelijke bepalingen omtrent tenuitvoerlegging, maar dat de bepalingen omtrent oplegging en verlenging van de maatregel niet tot deze voorschriften behoren. De voortdurende titel tot vrijheidsbeneming tot de leeftijd van eenentwintig jaar is het Antilliaanse vonnis zelf.
Het hof wees erop dat het niet tot zijn rechtsvormende taak behoort om de Nederlandse verlengingsregeling van de maatregel van terbeschikkingstelling van overeenkomstige toepassing te verklaren. Betrokkene kan zich op grond van artikel 5 EVRM Pro tot de burgerlijke rechter wenden om de rechtmatigheid van de vrijheidsbeneming te toetsen.
Daarom bevestigde het hof de beslissing van de rechtbank Zutphen van 4 mei 2006, met verbetering van de gronden, dat het niet bevoegd is om kennis te nemen van de vordering tot verlenging van de maatregel.
Uitkomst: Het hof bevestigt de onbevoegdverklaring van de rechtbank om kennis te nemen van de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling.