ECLI:NL:GHARN:2006:AY5925
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- R.C. van Houten
- C.G. Nunnikhoven
- J.A. Coster van Voorhout
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens overtreding gebruik meststoffen zonder emissiearme methode
Verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk gebruiken van dierlijke meststoffen op bouwland zonder emissiearme toepassing, in strijd met het Besluit gebruik meststoffen. Hij voerde aan dat de FIR-methode milieutechnisch beter was en dat daardoor de materiële wederrechtelijkheid ontbrak.
Het hof stelde vast dat verdachte geen vrijstelling of ontheffing had en dat ook binnen enkele jaren geen wijziging van het Besluit te verwachten was. De FIR-methode was niet opgenomen in de limitatieve opsomming van toegestane emissiearme methoden. Het beroep op het ontbreken van materiële wederrechtelijkheid faalde omdat de wettelijke verplichting tot naleving van de voorschriften niet door de FIR-methode werd opgeheven.
Het hof veroordeelde verdachte tot een geldboete van €400,-, met vervangende hechtenis bij niet-betaling, en matigde de boete vanwege oprechte milieuoverwegingen. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en de zaak werd opnieuw beoordeeld.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €400,- wegens het opzettelijk gebruik van dierlijke meststoffen zonder emissiearme methode.