ECLI:NL:GHARN:2006:AV2926
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.P.M. Kooijmans
- J. Lamens
- R. den Ouden
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof Arnhem wijst vergoeding rechtsbijstandskosten in bezwaarfase toe
Belanghebbende had bij het gerechtshof te ’s-Gravenhage een beroepschrift ingediend met het verzoek om de Inspecteur te veroordelen tot vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in de bezwaarfase, begroot op € 7.823 exclusief BTW. Het gerechtshof ’s-Gravenhage wees dit verzoek af wegens gebrek aan motivering.
De Hoge Raad vernietigde deze uitspraak wegens motiveringsgebrek en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling. Tijdens de behandeling gaf de Inspecteur aan het bedrag niet te betwisten, maar stelde dat vergoeding moest plaatsvinden volgens forfaitaire normen uit het Besluit proceskostenvergoeding bestuursrecht.
Het Hof oordeelde dat deze normen niet van toepassing zijn omdat het besluit van de Inspecteur dateert van vóór 12 maart 2002. Het Hof stelde de vergoeding daarom vast op het volledige bedrag van € 7.823. Verder achtte het Hof geen grond voor een kostenveroordeling op grond van artikel 8:75 Awb Pro, omdat na het verwijzingsarrest geen proceshandelingen door belanghebbende waren verricht.
Het Hof veroordeelde de Staat tot vergoeding van de door belanghebbende gemaakte kosten van rechtsbijstand in de bezwaarfase en deed dit op 2 februari 2006 in Arnhem.
Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot vergoeding van € 7.823 aan belanghebbende voor kosten van rechtsbijstand in de bezwaarfase.