ECLI:NL:GHARN:2006:AV1902
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Fokker
- Vegter
- Wefers Bettink
- Rechtspraak.nl
Wkcz niet van toepassing op TBS-inrichtingen; klachtregeling Bvt exclusief
In deze civiele zaak heeft het Gerechtshof Arnhem geoordeeld dat de Wet klachtrecht cliënten zorgsector (Wkcz) niet van toepassing is op patiënten die op grond van TBS met dwangverpleging zijn opgenomen in een TBS-inrichting. De appellant, de stichting Centrum voor Forensisch Psychiatrische behandeling “Oldenkotte”, stelde dat de Wkcz niet van toepassing is omdat er al een specifieke klachtenregeling bestaat onder de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden (Bvt).
De appellant voerde aan dat Oldenkotte geen zorgaanbieder is in de zin van de Wkcz en dat de verweerster geen cliënt is zoals bedoeld in die wet. Het hof bevestigde dat de Wkcz volgens artikel 1, vierde lid, niet geldt voor onvrijwillig opgenomen cliënten die onder een bijzondere wettelijke regeling vallen, zoals de Bvt voor TBS-patiënten. De parlementaire geschiedenis ondersteunt dat de klachtenregeling in de Bvt exclusief is en dat samenloop met de Wkcz wordt uitgesloten.
Het hof benadrukte dat de TBS-maatregel een strafrechtelijk karakter heeft en dat de regeling van de materiële rechtspositie van verpleegden in TBS-inrichtingen gericht is op het beschermen van de maatschappij en het creëren van een behandelingsmotiverend milieu. Het indienen van klachten via de Bvt-regeling is bedoeld om de juridische geschillen beperkt te houden en de behandeling niet te belemmeren.
De verweerster werd niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek om Oldenkotte te bevelen de Wkcz na te leven. Het hof vernietigde de beschikking van de kantonrechter en bepaalde dat partijen in beide instanties hun eigen kosten dragen.
Uitkomst: De verweerster is niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek omdat de Wkcz niet van toepassing is op TBS-inrichtingen.