ECLI:NL:GHARN:2005:AV0983
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Vegter
- Dik
- Coumans
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof Arnhem wijst gedeeltelijk vordering tot achterwege laten vervroegde invrijheidstelling toe
Op 16 juli 2004 werd het elektronisch toezicht van veroordeelde beëindigd, met een geplande vervroegde invrijheidstellingsdatum van 15 december 2004. Veroordeelde werd op 10 augustus 2004 aangehouden wegens medeplegen van een overval en later veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf, onherroepelijk geworden.
Het hof heeft op 13 april 2005 beslist op de vordering van de officier van justitie om de vervroegde invrijheidstelling van een eerdere straf van vijf jaar, opgelegd door de rechtbank 's-Gravenhage, achterwege te laten. Dit op grond van artikel 15a lid 1 sub b Sr, vanwege ernstige misdragingen van veroordeelde na aanvang van de strafuitvoering.
Het hof oordeelt dat aan de wettelijke voorwaarden is voldaan en dat de aard en ernst van het bewezenverklaarde feit rechtvaardigen dat de vervroegde invrijheidstelling voor een deel wordt achtergehouden. De vordering wordt gedeeltelijk toegewezen, waarbij de vervroegde invrijheidstelling met één jaar wordt uitgesteld.
De verdediging voerde aan dat uitstel slechts een maand na de geplande datum zou moeten plaatsvinden, maar dit verweer werd verworpen vanwege het beleid van het openbaar ministerie sinds mei 2003. Bij de beslissing heeft het hof ook rekening gehouden met de duur van de opgelegde straf en persoonlijke omstandigheden van veroordeelde.
Uitkomst: De vervroegde invrijheidstelling van veroordeelde wordt voor de duur van één jaar achterwege gelaten.