ECLI:NL:GHARN:2005:AU7334
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Knottnerus
- Wefers Bettink
- Ter Veer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aansprakelijkheid en schadevergoeding bedrijfsongeval kraanmachinist
In deze civiele zaak stond de aansprakelijkheid centraal voor een bedrijfsongeval waarbij de geïntimeerde, een kraanmachinist, schade opliep. De kantonrechter had eerder geoordeeld dat de werkgever van de kraanmachinist aansprakelijk was op grond van artikel 6:170 BW Pro, en dat de opdrachtgever op grond van artikel 6:171 BW Pro eveneens aansprakelijk was. De appellant, de opdrachtgever, stelde in hoger beroep dat het ongeval te wijten was aan een bedieningsfout van de kraanmachinist in dienst van een ander bedrijf.
De appellant voerde tevens aan dat de geïntimeerde bewust roekeloos had gehandeld door op een gording te blijven staan terwijl de kraanmachinist de constructie onder spanning zette. Dit verweer werd door het hof verworpen, omdat bewust roekeloos handelen vereist dat de werknemer zich daadwerkelijk bewust was van het roekeloze karakter van zijn handelen, hetgeen niet was komen vast te staan.
Het hof bevestigde dat de vordering tot schadevergoeding terecht was toegewezen, waarbij de mogelijkheid van schade voldoende aannemelijk was gemaakt. De betwisting van het causaal verband kan in een schadestaatprocedure aan de orde komen. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde de appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vordering tot schadevergoeding toe, met veroordeling van appellant in de kosten.