ECLI:NL:GHARN:2005:AU7321
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Matiging boete motorrijtuigenbelasting wegens persoonlijke omstandigheden
Belanghebbende is sinds 4 juli 2001 houder van een motorrijtuig dat sinds 6 februari 2002 geschorst was volgens de Wegenverkeerswet 1994. Op 20 juni 2004 werd vastgesteld dat het voertuig toch op de openbare weg werd gebruikt. De Inspecteur legde daarop een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting op van € 521 met een boete van 100% van dit bedrag.
Belanghebbende voerde aan dat het voertuig zonder zijn medeweten door een automonteur op de openbare weg was geplaatst. Het hof oordeelde echter dat belanghebbende als houder verantwoordelijk is voor naleving van de schorsingsvoorwaarden en dat de naheffing terecht was. De boete was in principe ook terecht, maar het hof hield rekening met de persoonlijke financiële situatie van belanghebbende.
De Inspecteur stemde in met vermindering van de boete tot 25% van de naheffing (€ 130). Het hof achtte deze boete passend en matigde de boete dienovereenkomstig. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting wordt bevestigd, de boete wordt gematigd tot € 130 en proceskosten worden toegewezen aan belanghebbende.