ECLI:NL:GHARN:2005:AU4184
Gerechtshof Arnhem
- Raadkamer
- Van den Heuvel
- Boekhorst Carrillo
- Van Seventer
- Rechtspraak.nl
Vergoeding immateriële schade na onterechte inverzekeringstelling militair
Verzoeker, een sergeant-majoor der mariniers, werd op 31 december 2003 in Irak aangehouden en vervolgens in Nederland in verzekering gesteld. De inverzekeringstelling werd door de rechter-commissaris getoetst en niet onrechtmatig bevonden, maar de voorlopige hechtenis werd later afgewezen en verzoeker werd vrijgelaten. Zowel de rechtbank als het hof spraken verzoeker vrij van de tenlastegelegde feiten, waardoor de strafzaak onherroepelijk werd beëindigd.
Verzoeker diende een verzoek in op grond van artikel 89 Wetboek Pro van Strafvordering voor vergoeding van schade door de ondergane inverzekeringstelling. Het hof oordeelde dat alleen schade die rechtstreeks voortvloeit uit de vrijheidsbeneming vergoed kan worden, en dat immateriële schade door de strafvervolging als zodanig niet onder deze regeling valt. De door verzoeker gevorderde ideële schade van €300.000,- werd afgewezen.
Wel werd een billijke vergoeding van €10.000,- toegekend voor immateriële schade, mede vanwege bijzondere omstandigheden zoals de arrestatie voor de ogen van collega's en de zware, later ongegronde, kwalificatie van de feiten. Daarnaast kon verzoeker zijn pensioenschade van €896,- compenseren door het inkopen van gemiste diensttijd. Het hof wees het overige verzoek af en gelastte uitbetaling van het toegekende bedrag.
Uitkomst: Het hof kent een vergoeding van €10.896 toe voor immateriële en pensioenschade na onterechte inverzekeringstelling.