ECLI:NL:GHARN:2005:AU3325
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Hammerstein
- Mannoury
- Hilverda
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoogte vergoeding bij kennelijk onredelijk ontslag statutair directeur
In deze civiele zaak stond de hoogte van de vergoeding bij kennelijk onredelijk ontslag van een statutair directeur centraal. De appellant, die sinds 1976 in dienst was, werd ontslagen vanwege een verstoorde verhouding met mede-bestuurders door een afwijkende visie op het ondernemingsbeleid. Het ontslagbesluit werd niet bestreden.
De rechtbank kende een vergoeding toe van €206.667, welke appellant wilde verhogen tot €1.321.052,50, inclusief pensioenschade. Geïntimeerde stelde dat een reeds betaalde vergoeding van €160.000 in mindering moest worden gebracht, zodat een bedrag van €100.000 toewijsbaar zou zijn. Het hof gebruikte de kantonrechtersformule als toetsingskader en hield rekening met het langdurige dienstverband en de reeds betaalde vergoeding.
Het hof oordeelde dat de vergoeding van de rechtbank redelijk was en dat bijzondere omstandigheden ontbraken om de factor C te verhogen. Ook achtte het hof het redelijk dat appellant met zijn opgedane kennis weer een vergelijkbaar inkomen kan verwerven. De vergoeding kwam uit op ongeveer 27 maanden salaris inclusief pensioenbijdrage, wat het hof passend vond.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellant in de kosten van het principale beroep en geïntimeerde in die van het incidentele beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en handhaaft de vergoeding van circa 27 maanden salaris wegens kennelijk onredelijk ontslag.