ECLI:NL:GHARN:2005:AU3289
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- H.W. Koksma
- D.J. Dee
- J.M.J. Denie
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor beïnvloeding getuigenverklaringen door bedreiging
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Arnhem het vonnis van de politierechter vernietigd en opnieuw recht gedaan. Verdachte werd beschuldigd van het medeplegen van het beïnvloeden van getuigen, te weten twee slachtoffers, door middel van dreigementen om hen te bewegen hun aangiftes in te trekken of ontlastende verklaringen af te leggen.
Het hof oordeelde dat verdachte samen met zijn medeverdachte op 18 en 19 april 2004 bij de slachtoffers is verschenen en ondubbelzinnig heeft laten blijken dat als de aangiftes zouden leiden tot bestraffing, dit ernstige consequenties zou hebben voor de slachtoffers. Dit werd als een poging gezien om de vrijheid van de slachtoffers om onbelemmerd te verklaren te beïnvloeden, hetgeen strafbaar is gesteld in artikel 285a Sr.
De verdediging voerde aan dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens schending van het gelijkheidsbeginsel, omdat in de zaak tegen de medeverdachte geen hoger beroep was ingesteld. Dit verweer werd door het hof verworpen, waarbij werd benadrukt dat het OM beleidsvrijheid heeft in het al dan niet voortzetten van vervolgingen.
Het hof veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van zes maanden. De vorderingen van de benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard omdat deze geen betrekking hadden op het bewezenverklaarde strafbare feit. Het vonnis werd op 20 september 2005 uitgesproken door het hof in Arnhem.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf wegens medeplegen van het beïnvloeden van getuigen door bedreiging.