ECLI:NL:GHARN:2005:AU1010
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.P.M. Kooijmans
- J. Lamens
- P.F. Goes
- Rechtspraak.nl
Gerechtvaardigde voorziening voor materiële loonbelastingschuld ondanks onherroepelijke naheffingsaanslag
Belanghebbende, exploitant van een Grieks restaurant, had over 1999 geen aangifte vennootschapsbelasting ingediend, waarna de Inspecteur ambtshalve een naheffingsaanslag oplegde. Uit een boekenonderzoek bleek dat in 1999 en 2000 zwart lonen waren uitbetaald, wat leidde tot een materiële loonbelastingschuld en een naheffingsaanslag van ƒ 300.000.
Belanghebbende wilde een voorziening vormen van ƒ 100.000 voor het jaar 1999, terwijl de Inspecteur dit weigerde omdat de naheffingsaanslag nog niet onherroepelijk was. Het Hof oordeelde dat de voorziening niet voor de naheffingsaanslag zelf werd gevormd, maar voor de materiële schuld die haar oorsprong vond in 1999. De Hoge Raad heeft eerder bepaald dat een belastingplichtige waarderingen binnen goed koopmansgebruik mag herzien.
Het Hof stelde vast dat een redelijke mate van zekerheid bestond dat de uitgave zich zou voordoen en dat de materiële schuld toerekenbaar was aan 1999. Daarom mocht belanghebbende een voorziening vormen van circa ƒ 55.000. De aanslag werd verminderd tot nihil, het beroep gegrond verklaard en de Inspecteur veroordeeld in proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De aanslag vennootschapsbelasting 1999 wordt verminderd tot nihil omdat belanghebbende een voorziening mag vormen voor de materiële loonbelastingschuld.