ECLI:NL:GHARN:2005:AT5515
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rijken
- Smeeïng-Van Hees
- Van der Kwaak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aansprakelijkheid en toepasselijkheid CMR bij verlies lading computers
Partijen zijn in geschil over welke procedure als bodemprocedure geldt: de procedure bij de rechtbank Arnhem gestart door Van Maris of de procedure bij het Landgericht Erfurt gestart door Gothaer. Het hof oordeelt dat de procedure bij het Landgericht Erfurt de bodemprocedure is, omdat alleen daarin een titel kan worden verkregen voor de vordering waarvoor beslag is gelegd.
Een centraal geschilpunt is of de overeenkomst tussen Axthelm en Tiemex een expeditie- of vervoersovereenkomst is. Het hof bevestigt het oordeel van de voorzieningenrechter dat het een vervoersovereenkomst betreft, mede omdat Tiemex in de Duitse procedure zichzelf als vervoerder presenteert en Van Maris als ondervervoerder.
Verder wordt besproken of Tiemex zich kan beroepen op de aansprakelijkheidslimiet uit art. 23 CMR Pro of dat opzet of schuld aan haar kan worden toegerekend volgens art. 29 CMR Pro. Het hof stelt dat deze vraag niet in kort geding kan worden beantwoord en dat de bewijslast hiervoor bij Gothaer ligt. Totdat bewijs is geleverd, blijft de aansprakelijkheidslimiet van toepassing.
Het hof wijst ook het beroep van Tiemex op onbevoegdheid van de Duitse rechter af en bevestigt dat de beoordeling van opzet naar Duits recht moet plaatsvinden. Ten slotte bekrachtigt het hof het vonnis van de voorzieningenrechter en veroordeelt Gothaer en Tiemex in de kosten van de procedure in hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en bevestigt dat de procedure bij het Landgericht Erfurt als bodemprocedure geldt, met toepassing van de aansprakelijkheidslimiet uit art. 23 CMR.