ECLI:NL:GHARN:2005:AT2569
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Hooft Graafland
- Wesseling-Lubberink
- Van den Dungen
- Rechtspraak.nl
Verzoek vader tot gezamenlijk gezag over kind afgewezen wegens ontbreken wettelijke basis
De vader verzoekt het gerechtshof Arnhem om gezamenlijk gezag over zijn kind te verkrijgen naast de moeder, die het gezag alleen uitoefent. Hij beroept zich op een lacune in de wetgeving en wijst op een wetsvoorstel dat eenzijdige verzoeken tot gezamenlijk gezag mogelijk zou maken. De moeder verzet zich tegen dit verzoek en stelt dat het niet in het belang van het kind is om het gezag te delen, mede vanwege de slechte communicatie en omgangsproblemen tussen de ouders.
De rechtbank Arnhem had het verzoek van de vader eerder afgewezen omdat er geen wettelijke grondslag is voor een eenzijdig verzoek tot gezamenlijk gezag door een ouder die nooit gezamenlijk gezag heeft gehad. Tijdens de mondelinge behandeling bevestigt de raad voor de kinderbescherming dat de gebrekkige communicatie en omgangsregeling het gezamenlijk gezag problematisch maken.
Het hof constateert dat op dat moment de moeder op grond van artikel 1:253b lid 1 BW het gezag alleen uitoefent en dat er geen rechterlijke beslissing is die dit anders bepaalt. Het hof wijst op een nota van wijzigingen van 14 februari 2005, waarin een wetsvoorstel is opgenomen dat het mogelijk maakt dat ook één ouder een verzoek tot gezamenlijk gezag kan indienen, ook als er nooit gezamenlijk gezag is geweest.
Omdat partijen en het hof pas na de mondelinge behandeling van dit wetsvoorstel op de hoogte zijn, stelt het hof partijen in de gelegenheid zich hierover uit te laten. De beslissing wordt aangehouden totdat partijen hun standpunten hierover hebben gegeven.
Uitkomst: Het verzoek van de vader tot gezamenlijk gezag wordt afgewezen en de beslissing wordt aangehouden in afwachting van wetswijziging.