ECLI:NL:GHARN:2005:AS9895
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Houtman
- Smeeïng-Van Hees
- Drijber
- Rechtspraak.nl
Geen verwarringsgevaar tussen merken AIRPRESS en AIRPRO in professionele markt
In deze zaak stond de vraag centraal of het gebruik van het merk AIRPRO door Allfitt inbreuk maakte op het oudere merk AIRPRESS van VRB. VRB vorderde onder meer nietigverklaring van het merk AIRPRO en een verbod op het gebruik daarvan vanwege verwarringsgevaar.
Het hof stelde vast dat het verbindingsstreepje in AIRPRO geen onderscheidend belang had en dat het merk AIRPRESS beschrijvend is voor persluchtapparaten en daardoor weinig onderscheidend vermogen bezit. Hoewel de waren identiek of soortgelijk zijn, levert het feit dat AIRPRO alleen aan de professionele markt levert en slechts een klein deel van de omzet via dezelfde kanalen loopt, minder gewicht op voor verwarringsgevaar.
Verder concludeerde het hof dat de visuele, auditieve en begripsmatige overeenstemming tussen de merken gering is. Ook het beroep van VRB op ongerechtvaardigd voordeel van de reputatie van AIRPRESS werd afgewezen omdat onvoldoende is aangetoond dat AIRPRESS een bekend merk is.
Daarom werd het principaal appèl van VRB ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank Zwolle bekrachtigd. VRB werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof verklaart het principaal appèl ongegrond en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Zwolle.