ECLI:NL:GHARN:2005:AS8284
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.B.H. Röben
- Ettema
- Monsma
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag omzetbelasting en matiging verhoging wegens overschrijding redelijke termijn
Het Gerechtshof Arnhem behandelde het beroep van [X BV] tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting over 1995 met een verhoging van 50%. De Inspecteur had de aanslag vastgesteld binnen de wettelijke termijn van vijf jaar en deze tijdig bekendgemaakt aan het juiste adres. Belanghebbende voerde aan dat de aanslag niet tijdig was ontvangen en dat de naheffingsaanslag onterecht was opgelegd.
Tijdens het proces werd vastgesteld dat de administratie van belanghebbende gebrekkig was en dat sprake was van (voorwaardelijk) opzet bij het onjuist doen van aangiften. De Inspecteur stelde voor de verhoging te matigen tot 25% vanwege de lange duur van de procedure. Partijen voerden ook discussie over het niet tot stand komen van een vaststellingsovereenkomst, waarbij het Hof oordeelde dat dit niet in strijd was met beginselen van behoorlijk bestuur.
Het Hof oordeelde dat de naheffingsaanslag tijdig was vastgesteld en verzonden, dat het bezwaar ontvankelijk was, en dat de verhoging passend was maar vanwege overschrijding van de redelijke termijn gematigd moest worden tot 25%. De naheffingsaanslag werd verminderd tot een bedrag van f 1.279 aan belasting. Tevens werd het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoed.
De procedure kende een langdurige behandeling, mede door ziekte van de behandelende ambtenaar en mediationpogingen die niet tot een oplossing leidden. Het Hof hield rekening met deze omstandigheden bij de beoordeling van de redelijke termijn. De uitspraak werd op 27 januari 2005 openbaar gedaan.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting over 1995 werd verminderd tot f 1.279 met een gematigde verhoging van 25% wegens overschrijding van de redelijke termijn.