ECLI:NL:GHARN:2005:AS4192
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen ondernemerschap voor thuiszorgverpleegkundige met beperkt aantal opdrachtgevers
Belanghebbende, een verpleegkundige werkzaam in de thuiszorg, verrichtte haar werkzaamheden na het faillissement van haar werkgever op uurbasis. In 2002 realiseerde zij haar inkomsten vrijwel uitsluitend uit zorgverlening aan één echtpaar. Het hof concludeerde dat door het zeer beperkte aantal opdrachtgevers en het feit dat bijna alle opbrengsten uit werkzaamheden voor één opdrachtgever kwamen, niet werd voldaan aan de vereiste zelfstandigheid om als ondernemer te worden aangemerkt voor de inkomstenbelasting.
De inspecteur had de zelfstandigenaftrek en de startersaftrek terecht niet toegekend, omdat belanghebbende niet als ondernemer kon worden beschouwd. Het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2002 werd ongegrond verklaard. Tevens werd het verzoek tot schadevergoeding niet-ontvankelijk verklaard.
Het hof wees op eerdere zaken waarin bleek dat belanghebbende ook in voorgaande jaren vrijwel uitsluitend voor hetzelfde echtpaar werkte. Er was geen sprake van een significante uitbreiding van opdrachtgevers na 2002. De uitspraak bevestigt dat het aantal en de spreiding van opdrachtgevers een belangrijke factor is bij de beoordeling van ondernemerschap in de inkomstenbelasting.
De uitspraak werd gedaan door het Gerechtshof Arnhem op 6 januari 2005, waarbij belanghebbende en de inspecteur aanwezig waren. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot cassatie bij de Hoge Raad binnen zes weken na verzending van de schriftelijke uitspraak.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting 2002 wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.